Aanvullend pensioen, hoe werkt dat?

9 august 2016

Hoe zorg je voor meer pensioen?

Als je met pensioen gaat, zijn er drie potjes waaruit je geld kunt krijgen en samen vormen deze potjes jouw gehele pensioeninkomen. Het eerste potje is jouw AOW, die krijg je van de staat. Het tweede potje is het potje dat je hebt opgebouwd bij jouw werkgever(s).

Veel mensen denken dat deze twee potjes ongeveer 70% is van het laatstverdiende loon, maar in werkelijkheid is dit gemiddeld slechts 45%. De meeste mensen hebben dus een flink pensioentekort. En daarom is er een derde manier om je pensioen aan te vullen. Dit noemen we een aanvullend pensioen.

Hoe werkt dat eigenlijk zo’n aanvullend pensioen?
Heel simpel, je opent een beleggingsrekening bij een verzekeraar of een bank. Daarop stort je geld eenmalig of per maand, dat mag je zelf weten. Die pot met geld gaat groeien. En als je met pensioen gaat, krijg je uit die pot met geld een inkomen.

Zo’n aanvulling kent twee smaken, namelijk een beleggingsrekening lijfrente (box 1) of beleggingsrekening vrij vermogen (box 3).

Voor-en nadelen beleggingsrekening lijfrente (box1)

Voordelen:

Je betaalt geen vermogensrendementsheffing;
De inleg is aftrekbaar;
Je mag zelf weten waar en bij wie je jouw opgebouwde zak met geld aankoopt, maar hierover betaal je wel belasting.

Nadelen:

Tot aan je pensioen mag je niet aan het geld van je rekening komen, anders verlies je het belastingvoordeel;
Je mag niet zoveel geld storten als je wilt. Er is een maximum. Dit noemt men jaarruimte.

Voor-en nadeel sparen vrij vermogen is:

Voordeel:

Je hebt geen regels, hierdoor is deze spaarvorm flexibeler.

Nadeel:

Je betaalt vermogensrendementsheffing als je over de drempel zit.

Met zo’n pensioenaanvulling zorg je er zelf voor je later genoeg geld hebt om je levensstandaard voort te zetten

BEKIJK ALLE VIDEO'S