Pensioenfondsen maken leden blij met dode mus

4 oktober 2018

“Pensioenfondsen moeten hun leden vertellen dat ze een pensioen in reële termen bij lange na niet waar kunnen maken.” Aldus voormalig ABP-bestuurder en hoogleraar Jean Frijns in het magazine ‘de actuaris’ van het Actuarieel Genootschap.Volgens Frijns maken pensioenfondsen deelnemers nog te veel blij met “een nominale dode mus. Laten we maar gewoon zeggen waar het op staat. Onze reële dekkingsgraad is slechts zestig of zeventig. U moet er rekening mee houden dat die nominale garantie van vandaag aan het eind veel minder waard is”. Verder: “Voor de meeste pensioenfondsen is het de komende tijd een illusie dat ze bovenop de nominale rechten nog meer kunnen doen. Toch blijven ze dat vertellen…”

Hoe gaat de vaststelling van de premie in zijn werk? En wat als er niet voldoende geld in de pensioenpot zit?

Lees hier onder de antwoorden..

Vaststelling van de premie

Bij pensioenfondsen stelt het bestuur de premie vast. Dat zijn overigens dezelfde partijen als die de premie opbrengen: werkgevers en werknemers. Het bestuur kijkt of er voldoende geld in kas zit. Als er bijvoorbeeld slecht beleggingsresultaten zijn, dan kan het bestuur besluiten om de premie te verhogen. Het pensioen wordt daarmee echter niet hoger. Zit er meer in de pensioenkas dan benodigd is, dan kan de premie naar beneden en/of de pensioenen kunnen verhoogd worden.

De premiecomponenten van het pensioencontract bij de verzekeraar wordt bij aanvang van het pensioencontract vastgesteld. Een premiecomponent is bijvoorbeeld de rekenrente; dit is de rente, het rendement wat de verzekeraar minimaal na aftrek van kosten moet halen, om de pensioenen te kunnen uitkeren. Als tijdens de looptijd van het contract het rendement van de pensioenpot bij de verzekeraar lager is dan waarmee is gerekend, dan mag de verzekeraar de premie echter niet verhogen. De premie wordt alleen maar hoger of lager doordat werknemers meer of minder gaan verdienen en of er meer of minder werknemers komen. Dat is pech voor de verzekeraar en geluk voor de klant. Als er meer rendement wordt gemaakt dan nodig is om de pensioenen te kunnen uitkeren, dan is er winst ook wel overrente genoemd. Deze winst wordt meestal gebruikt om pensioenen te indexeren, te verhogen.

Niet voldoende geld in de pensioenpot

Momenteel hebben de meeste pensioenfondsen te weinig geld in kas om alle toekomstige pensioenen te kunnen uitkeren. Sommige pensioenfondsen hebben maar € 0,85 in kas om € 1,00 pensioen uit te keren. Een manier om van die € 0,85 weer € 1,00 te maken is bijvoorbeeld de premie verhogen of meer rendement maken. Als dat beiden niet voldoende lukt dan kan de pensioenleeftijd nog opgeschoven worden of als laatste redmiddel de pensioenen verlaagd worden; afstempelen heet dat. Naar alle waarschijnlijkheid gaan veel pensioenfondsen in 2013 pensioenen afstempelen, soms wel tot 10%. De overheid dekt de tekorten bij pensioenfondsen niet (behalve misschien bij het ABP). Als de pensioenverzekeraar te weinig geld in de kas van het pensioencontract heeft, moet deze toch uitkeren. De verzekeraar moet intern op zoek naar andere potjes om de pensioenkas aan te vullen.

Bel me, een eerste adviesgesprek is gratis