OSEB – Oudedagsverplichting

23 mei 2019

OSEB – Oudedagsverplichting

Het pensioen in eigen beheer heeft zijn langste tijd gehad. Per 1 april is het Pensioen in Eigen beheer gestopt. Als vervanger voor het pensioen in eigen beheer heeft de overheid het OudedagSparen in Eigen Beheer bedacht. Dit is recent hernoemt naar Oudedagsverplichting.

De afgelopen jaren heeft de fiscus pensioen in eigen beheer steeds onaantrekkelijker gemaakt. Met als gevolg dat pensioen in eigen beheer nauwelijks nog wordt toegepast en het een gecompliceerd verhaal is geworden. Gecompliceerd voor de DGA, voor de belastingdienst en ja.. ook voor de adviseur.

Enkele nadelen van pensioen in eigen beheer:

  • dividenduitkering kan alleen als er voldoende dekking binnen de BV is;
  • er zijn drie (!) waarderingsgrondslagen fiscaal, commercieel en best estimate;
  • er is ieder jaar een actuariële berekening nodig – klik hier voor meer nadelen eigen beheer.

Tijd voor verandering dus.

Staatsecretaris van Financiën Wiebes heeft alternatieven voorgesteld voor het pensioen in eigen beheer. Een daarvan is het zogenoemde Oudedagsverplichting (ODV).

Uitgangspunten voor de Oudedagsverplichting 

•    Het moet simpeler worden

•    De commerciële en fiscale waarde zijn hetzelfde (‘het potje is wat het is’)

•    Eigen middelen moeten beschikbaar blijven voor de onderneming

•    Oudedagsverplichting is een soort beschikbare premieregeling voor de ondernemer zelf

Oudedagsverplichting

Oudedagsverplichting nieuwe spaarvorm voor de DGA

Inmiddels zijn er brieven naar de Tweede Kamer geschreven met diverse voorstellen. Ook is duidelijk geworden dat een ander veelgenoemd alternatief, de zogenoemde oudedagbestemmingsreserve (OBR), het niet heeft gehaald. Zoals het er nu naar uitziet wordt de oudedagsverplichting de nieuwe vorm voor de DGA om te sparen voor later.Lees meer over pensioen voor DGA

Dat heeft ook de voorkeur van de staatssecretaris: hij zet overduidelijk in op oudedagsverplichting als alternatief voor pensioen in eigen beheer. Hij ziet graag dat een zo’n groot mogelijk deel van de DGA’s het opgebouwde pensioen in eigen beheer omzet naar de oudedagsverplichting. Dit stimuleert hij door te stellen dat de fiscale pensioenreserve vermeld op de balans geacht wordt correct te zijn (!). Als reactie hierop zal de DGA, zo verwacht en hoopt de staatssecretaris, deze vermelde reserve, goed of fout, overdragen van eigen beheer naar de oudedagsverplichting. Het verlies voor de fiscus, veroorzaakt door de bestaande onderdekking bij veel DGA’s, neemt de staatsecretaris voor lief. De DGA ziet met zijn overstap van pensioen in eigen beheer naar de oudedagsverplichting feitelijk af van pensioen.

Hoe ziet de oudedagsverplichting er in praktijk uit?

Bij de oudedagsverplichting kan de DGA er voor kiezen om jaarlijks een bepaald deel van zijn loon te sparen voor de oudedag. De oudedagsverplichting-spaarpot wordt jaarlijks opgerent met de marktrente. De oudedagsspaarverplichting komt op de balans en representeert de aanspraak van de DGA. De oudedagsverplichting is fiscaal en commercieel vreemd vermogen.

Ook het reeds ingegane pensioen kan de DGA omzetten naar de oudedagsverplichting. Dat betekent dat de uitkering vervolgens verloopt conform het regime van banksparen. Als een uitkering dus 10 jaar heeft gelopen vanaf de 67e verjaardag van de DGA, dan mag de resterende uitkeringsduur nog 10 jaar zijn. Elk risico van langleven of renteverschil wordt uit het systeem gehaald: fiscaal en commercieel moeten immers gelijk zijn.

De oudedagsverplichting moet op de pensioendatum of bij verkoop van de aandelen in de BV worden omgezet in een lijfrente, een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, met een recht op jaarlijks gelijkblijvende uitkeringen gedurende 20 jaar. Dat kan bij een professionele verzekeraar, bank of beheerder van een beleggingsinstelling, of bij de eigen BV. Wordt de oudedagsverplichting niet omgezet in een recht op periodieke uitkeringen, dan valt die alsnog vrij ten gunste van de winst, met heffing van vennootschapsbelasting en 20% revisierente.

Bij echtscheiding oudedagsverplichting nadelig voor partner

Met de omzetting van bestaande aanspraken naar de oudedagsverplichting ziet niet alleen de DGA, maar ook de partner feitelijk af van pensioen. Het is daarom verstandig om de partner mee te laten tekenen en vooral goed te informeren over wat de omzetting betekent bij scheiding of bij overlijden van de DGA.

Zo komt de partner van de DGA die onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd, er bekaaid vanaf. Zoals het er nu uitziet zal de jaarlijkse reservering gebaseerd zijn op een staffel, -als de DGA in enig jaar niets reserveert, kan hij dat later niet inhalen-, en zullen de DGA en zijn partner in deze variant wél direct juridisch afdwingbare rechten kunnen genieten op het ‘spaarpotje’. In deze variant zal partner bij echtscheiding tevens aanspraak kunnen maken op een deel van de opgebouwde verplichting.   

De oudedagsverplichting valt echter niet onder de PW (pensioenwet): het pensioenlabeltje ontbreekt want de oudedagsverplichting is gebaseerd op een reserve en pensioen op aanspraken. Dit heeft grote financieel nadelige gevolgen voor de partner die onder huwelijkse voorwaarden gehuwd is. Het is goed denkbaar dat de partner een compensatie dient te krijgen voor het afzien van zijn of haar (potentiële) afgeleide pensioenaanspraken. De vraag is alleen: wie dient die compensatie dan te betalen? Is dat de BV of de DGA?

Probleem is daarnaast dat een juiste compensatie bij de omzetting naar oudedagsverplichting eigenlijk niet goed te bepalen is. De partijen zijn namelijk nog niet aan het scheiden. De partner verdient aandacht voor de problemen die ontstaan bij de overheveling naar OSEB. Het is aan de wetgever of politiek de oproep om de ‘vergeten’ partner op de kaart te zetten.

Overgang van eigen beheer naar oudedagsverplichting

De overgang van Eigen beheer naaroudedagsverplichtingheeft veel positieve kanten: de regeling is veel eenvoudiger een overzichtelijker geworden, ook voor de DGA. Nadeel van de nieuwe regeling is dat, wanneer er geen maatregelen genomen worden, de partner die in gemeenschap van goederen is getrouwd, na scheiding in een ongunstige situatie terecht dreigt te komen.

Naar verwachting komt het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2016 door de Tweede Kamer. Zoals het er nu uitziet zou de oudedagsverplichting van kracht worden op 01-01-2017, na deze datum is sparen in eigen beheer niet meer mogelijk en kan de fiscale waardering (als de DGA dat wil) omgezet worden naar oudedagsverplichting. Hiervoor dient een overeenkomst te worden opgesteld, vooralsnog is deze vormvrij.

Wanneer de DGA niets onderneemt en niet overstapt, wordt het voormalige pensioen in eigen beheer bevroren. Dat betekent dat er nog wel sprake blijft van een zekere stijgende fiscale waarde, maar het pensioen zal niet meer groeien. Het is dus verstandig om tijdig actie te ondernemen.