ODV berekenen



Inleiding

Vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 is het mogelijk om het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak om te zetten in een oudedagsverplichting ODV. (artikel 38n Wet LB). In Vraag & Antwoordbesluit 17-027 van 29 september 2017 wordt door de Belastingdienst beschreven hoe we de oudedagsverplichting berekenen moeten van een uitgestelde ODV, een ingegane ODV en het vaststellen van de jaaruitkeringen die telkens op de uitkeringsverjaardag moet plaatsvinden.

ODV berekenen hoeft niet …..

Er zijn nog steeds veel accountants en administratiekantoren die “er gewoon ieder jaar wat bij doen”….Dit is levensgevaarlijk. De sancties vallen gewoon onder 19b wet op de loonbelasting 1964. Dit betekent kort en goed dat e.e.a. progressief belast wordt met daarbovenop een revisierente van 21%. Dit betekent vaak een claim opgelegd door de fiscus van 72% over de som.

neem contact op

Daar waar we dachten dat het simpeler werd is het tegendeel wellicht waar. Er is wellswaar geen actuariële berekening meer nodig, maar er zijn andere complicerende factoren. Eigen beheer was altijd een vol jaar startend op 1 januari en eindigend op 31 december. Dat is bij de ODV niet het geval. Deze heeft een “eigen verjaardag” n.l. de dag dat deze is gestart. Dit verschilt dus van geval tot geval. Een direct gevolg hiervan is, dat er vaak met twee percentages U rendement gerekend moet worden.

Nog steeds worden vraag- en antwoordbesluiten vanuit de belastingdienst gepubliceerd en zelfs bestaande antwoorden worden ingetrokken. Dit geeft gelijk de complexiteit van de nieuwe wetgeving weer, het lijkt me dat de accountant en de pensioenadviseur prudent om moeten gaan met deze materie.

ODV berekenen is dus noodzakelijk.

Modelovereenkomst

Naast de noodzaak van goede ODV berekenen biedt PensioenVizier voor de juridische vastlegging van de oudedagsverplichting een modelovereenkomst aan.

De belastingdienst heeft aangegeven de overeenkomsten individueel, op inspectieniveau, te willen beoordelen. Een algemene goedkeuring (met goedkeuringsnummer) is, ondanks ons verzoek, niet door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen afgegeven. De belangrijkste aspecten in de ODV-overeenkomst zijn als volgt:

– Geruisloze omzettingsmogelijkheid (afstempeling)

– Vaststellen omvang oudedagsverplichting

– Termijn (bij leven/overlijden) 

– Vervroegingsmogelijkheden

– Betalingstermijn/frequentie

– Omzettingsmogelijkheden lijfrente

– Gevolgen afkoop en/of vervreemding

– Gevolgen onderdekking oudedagsverplichting

Voor de ODV-overeenkomst zijn de volgende fiscale consequenties onder andere van belang:

1. Het niet of onjuist toepassen van deze overeenkomst kan leiden tot een onzuivere oudedagsverplichting.

2. Indien bij de uitvoering van de ODV-aanspraak wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 38p, tweede lid, onderdeel b, van de Wet LB, wordt de ODV-aanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip onzuiver, met alle fiscale gevolgen van dien.

3. Dit betekent dat over de waarde van de (gehele) aanspraak loonheffing en revisierente verschuldigd is (artikel 38p, vierde lid, Wet LB)

4. Het is verstandig om bij het opmaken van de ODV-overeenkomst een verdere verduidelijking te krijgen van de uitwerking bij verschillende testamentsvormen, zoals quasi-wettelijke verdeling, keuzelegaat-testament of een vruchtgebruik testament.

Jaaruitkering 

Ieder jaar dient op de uitkeringsverjaardag de hoogte van de nieuwe jaaruitkering te worden vastgesteld, rekening houdend met de ontvangen marktrente. De hoogte van de marktrente is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (artikel 12.3a URLB), zijnde het rekenkundig gemiddelde van de U-rendementen over de maanden van het voorgaande kalenderjaar. Voor 2017 bedraagt deze marktrente 0,059%, voor 2018 0,060% waarbij de marktrente voor de komende jaren op zijn vroegst kan worden vastgesteld per ultimo van het huidige kalenderjaar.

De hiervoor genoemde uitkeringsverjaardag is dus niet per definitie gelijk is aan het boekjaar of de verjaardag (AOW-gerechtigde leeftijd) van de gerechtigde. Indien een ingegaan ouderdomspensioen bijvoorbeeld op 1 augustus 2017 is omgezet naar een oudedagsverplichting dan is de uitkeringsverjaardag telkens 1 augustus van het desbetreffende jaar. De hoogte van de jaaruitkering wordt bepaald door de waarde van de oudedagsverplichting (ODV-saldo) te delen door de resterende uitkeringsduur. Jaarlijks op de uitkeringsverjaardag wordt het ODV-saldo opgerent met de marktrente over de afgelopen periode, waarbij de nieuwe jaaruitkering wordt bepaald door het opgerente ODV-saldo te delen door de dan resterende uitkeringsduur.

In het geval dat de uitkeringsverjaardag niet op 1 januari ligt, dan zal voor de oprenting van het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag, naar verhouding, met twee marktrentepercentages moeten worden gerekend.

Rekenvoorbeeld ODV berekenen

In dit rekenvoorbeeld gaan we uit van een ingegaan ouderdomspensioen wat is omgezet in een oudedagsverplichting per 1 augustus 2017 en waarbij de termijnen per kwartaal achteraf worden uitgekeerd De hoogte van de fiscale voorziening welke per 1 augustus 2017 is omgezet in de oudedagsverplichting bedraagt € 153.823,-.

ODV berekenen

De gerechtigde DGA (vrouw is geboren op 18 april 1949 en heeft haar AOW-leeftijd hiermee op 18 juni 2014 (65 jaar en 2 maanden) bereikt. Op basis van de wetgeving moeten de ODV-termijnen ook direct ingaan en uitkeren tot uiterlijk 18 juni 2034.

In het hierboven beschreven voorbeeldsituatie wordt dus als voorgaand fiscaal kader gekozen voor ‘PEB- Ouderdomspensioen’. Rekening houdend met de hierboven beschreven uitgangspunten komt de jaaruitkering voor 2017 uit op €9.113,-, waarvan de eerste betaling plaatsvindt op 31 oktober 2017 (kwartaal achteraf).

Vervolgens moet jaarlijks op 1 augustus de nieuwe hoogte van de jaarrekening worden vastgesteld, voor het eerst dus per 1 augustus 2018. Rekening houden met de dan resterende duur, het ODV-saldo en de ontvangen marktrente (het ODV-saldo bedraagt hiermee per 1 augsutus 2018 €144.797,-) komt de nieuwe jaaruitkering uit op €9.118,- (zie afbeelding hieronder).

ODV berekenen

Balanswaardering

Naast het ieder jaar opnieuw vaststellen van de jaaruiktering op de uitkeringsverjaardag moet de oudedagsverplichting op de balansdatum worden gewaardeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de uitbetalingswijze alsmede met de marktrente welke aan het boekjaar kan worden toegerekend, maar nog niet is ontvangen.

De oprenting van de oudedagsverplichting vindt telkens plaats op de eerstvolgende uitkeringsverjaardag waarmee de in het boekjaar nog niet ontvangen rente op de fiscale eindbalans moet worden geactiveerd.

Rekenvoorbeeld ODV berekenen

Als we teruggaan naar het eerder opgenomen rekenvoorbeeld en ervan uitgaan dat het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, dan onstaat op de balansdatum het volgende beeld:

Om te illustreren wat de invloed van de betaalfrequentie op de waardering van de oudedagsverplichting is, wordt hieronder de situatie weergegeven indien sprakte is van uitbetaling per kwartaal vooruit.

De marktrente is zowel bij voor- als achterafbetaling identiek, immers de stand op de uitkeringsverjaardag 1 augustus 2017 en 1 augustus 2018 verandert niet.

Conclusies

Uitgaande van de wetgeving en de uitgangspunten welke worden beschreven in V&A 17-027 wordt het dus zaak om jaarlijks goed in de gaten te houden op welke wijze op de uitkeringsverjaardag 

De nieuwe jaaruitkering worden vastgesteld en periodiek wordt verloond. Daar waar de hoogte van een (geïndexeerde) pensioenuitkering veelal op 1 januari werd vastgesteld, kan de ODV-uitkering van een ouderdagsverplichting ieder willekeurig moment zijn.

De ODV-overeenkomst zorgt voor juridische onderbouwing van de rechten en plichten die voortkomen uit de omzetting van pensioen in een oudedagsverplichting.

Het beoordelen en vaststellen van de einddatum van de ODV-uitkering, door o.a. in het verleden (veelvuldig) aanpassen en opschuiven van de ingangsdata van de AOW-leeftijd maakt de berekening complex(er). Ook het bepalen van de (restant) uitkeringsduur en financiële impact op de uitbetalingsfrequentie dient goed overwogen te worden.

Verder zal bij de waardering van de balansverplichting rekening moeten worden gehouden met de betaalfrequentie (maand, kwartaal, halfjaar óf jaar) en betaalwijze (vooruit of achteraf) welkte tot waarderingsverschillen kunnen leiden.

Tot slot is het bepalen van de transitorische marktrente, zeker bij gebroken duren, minder eenvoudig van het op het eerste gezicht lijkt. Gezien de huidige lage marktrente zal de deze passiefpost veelal niet substantieel hoog zijn, echter bij een stijgende rente zal de invloed en impact hiervan groter worden.