Hogere pensioenleeftijd, wat vindt Nederland?

30 augustus 2018

‘Liever lager inkomen dan op 67 met pensioen’

Een verhoging van de pensioenleeftijd blijft ongewenst voor veel Nederlandse werknemers. Meer dan de helft (59 procent) wil dan ook eerder met pensioen dan 67, ook als dat betekent dat het pensioen lager uitvalt of zij zelf een financiële oplossing moeten treffen. Dat blijkt uit representatief onderzoek van Aon Consulting onder 7.279 werknemers uit tien Europese landen, waaronder 752 Nederlanders.

Dat een voortijdige pensionering tot een lager inkomen leidt, wordt door 42 procent van de Nederlandse werknemers voor lief genomen, terwijl 17 procent bereid is met eigen geld een extra dekking af te sluiten (zoals een lijfrente). Ruim vier op de tien (41 procent) werknemers accepteren zonder morren een verhoging van de AOW-leeftijd.

In vergelijking met andere Europese landen zijn Nederlandse werknemers het meest geneigd inkomen in te leveren om eerder te kunnen stoppen met werken. Gemiddeld accepteert slechts 29 procent van de Europese werknemers een lager inkomen na een voortijdige pensionering. Zelf iets regelen om eerder te kunnen stoppen met werken is vooral in Duitsland, Spanje en Frankrijk populair.

Pensioenleeftijd

Werknemers in de vastgoed- en publieke sector accepteren langer doorwerken het meest. Respectievelijk 62 procent en 52 procent vindt de hogere pensioenleeftijd geen punt en heeft dit al zien aankomen. Werknemers in de bouw (56 procent) en de detailhandel (52 procent) zijn het meest bereid een lagere oudedagsvoorziening te ontvangen in ruil voor eerder stoppen met werken.

Het zijn de juristen die het meest bereid zijn zelf een financiële oplossing te vinden (43 procent). Ook treft bijna 30 procent van de IT-medewerkers eigen financiële maatregelen om toch te kunnen stoppen op een leeftijd die zij zelf voor ogen hebben.

Opvallend genoeg vinden oudere werknemers langer doorwerken minder problematisch dan starters op de arbeidsmarkt. Zo zegt 41 procent van de Nederlanders tussen 45 en 54 jaar geen bezwaar te hebben tegen verhoging van de pensioenleeftijd. In de leeftijdscategorie 18 tot en met 24 jaar is dat slechts 30 procent.

Nederlandse werknemers zijn minder pragmatisch in vergelijking met Europese werknemers. Slechts 17 procent van de Nederlandse werknemers is bereid met eigen geld een additioneel inkomen te regelen, om op een zelfgekozen leeftijd te kunnen stoppen met werken. In de rest van Europa is dit 26 procent. De Duitse vrouw is koploper. Ruim 52 procent geeft aan extra dekking te kopen om het inkomensgat na het stoppen met werken te compenseren.

‘Deze resultaten versterken het beeld dat een verhoging van de AOW-leeftijd niet automatisch leidt tot een betere arbeidsparticipatie van ouderen, de beoogde groep om het toekomstig gebrek aan jongere medewerkers te compenseren,’ aldus Aon Consulting. ‘Iemands financiële positie bepaalt in grote mate of er langer wordt doorgewerkt. Gebrek aan financiële middelen kan voor veel medewerkers de reden zijn om langer door te werken. Dat is een belangrijk gegeven voor werkgevers. Het vraagt extra inspanningen om die medewerkers gezond, gemotiveerd en inzetbaar te houden. Verhoging van de AOW-leeftijd gaat immers ook over inzetbaarheid, gezondheid en het voorkomen en terugdringen van verzuim.’

Voor meer informatie over je pensioenleeftijd kun je altijd op onze website terecht, of laat je gegevens even achter!