Hoe hoog is mijn ANW uitkering?

14 november 2018

Wat gebeurt als ik overlijd?

De ANW is in 1996 in de plaats gekomen van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). De Algemene nabestaandenwet is een volksverzekering die aan volwassenen -van wie de partner is overleden- , recht geeft op een uitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering. 

Doorgaans valt iedere inwoner van Nederland automatisch onder de Algemene nabestaandenwet (ANW). Dit geldt dus ook voor zelfstandigen (en diens partners). Dat wil echter niet zeggen dat iedereen ook een uitkering krijgt na het overlijden van hun partner. Iemand komt in aanmerking voor een ANW-uitkering als er sprake was van een gezamenlijk huishouden en als de nabestaande jonger is dan 65 jaar. Daarnaast moet op de dag van overlijden één van de volgende bepalingen gelden:

  • De nabestaande heeft een kind onder de 18 jaar (en/of krijgt vanwege het overlijden de zorg over een kind van onder de 18 jaar).
  • De nabestaande is voor tenminste 45% arbeidsongeschikt.
  • De nabestaande is geboren voor 1950.

Zwangerschap en nabestaandenpensioen is een ander verhaal je leest er hier meer over.

ANW uitkering

ANW uitkeringen

De algemenenabestaandenwet kent veel verschillende uitkeringen. De hoogte van de ANW uitkering verschilt per uitkering en kan afhangen van jouw inkomen. De ANW uitkering is doorgaans maximaal 70% van het nettominimumloon. Op de website van het SVB kan je de bedragen van de ANW uitkeringen vinden. Vanaf 1 juli 2015 ontvangt je niet langer 90% van het minimumloon. Dit percentage is bijgesteld naar 70%. Als alleenstaande ouder heb je mogelijk wel recht op een hoger kindgebonden budget.

Kostendelersnorm

Vanaf 1 juli 2015 is er nog meer veranderd. De kostendelersnorm is namelijk ingevoerd in de ANW. Deze norm gaat ervan uit dat meederjarige mensen die samenwonen de kosten voor het levensonderhoud kunnen delen. Dit houdt in dat de ANW uitkering voor deze mensen per 1 juli naar beneden wordt bijgesteld. Het normbedrag wat op 70% van het minimumloon stond wordt verlaagd: 

  • 1 juli 2015        : naar 68%
  • 1 januari 2016 : naar 65%
  • 1 januari 2017 : naar 60 %
  • 1 januari 2018 : naar 55 %
  • 1 januari 2019 : naar 50 %

Hoe werkt de kostendelersnorm Indien er nog andere mensen van 21 jaar of ouder bij jou in huis wonen,  dan kunnen zij meebetalen in de kosten van jouw huishouden. Deze mensen worden dan kostendeler genoemd. Als je samen met een  kostendeler woont,  dan wordt sinds 1 juli 2015 jouw Anw-uitkering lager.

Wie zijn kostendeler? Iedereen kan kostendeler zijn, dus ook jouw kind, vader of moeder. Het maakt daarbij niet uit of deze persoon (of personen) ook echt meebetaalt aan de kosten in het huishouden. Alleen je eigen inkomen telt mee voor de berekening van jouw Anw-uitkering. Er wordt niet gekeken naar het inkomen van de kostendeler(s)

Wie zijn geen kostendeler? In onderstaande situaties is er geen sprake van een kostendeler:

  • Iemand woont op hetzelfde adres als jou en volgt een opleiding of studie, waarbij er tevens recht is op studiefinanciering voor die persoon;
  • er sprake is van een ‘commerciële relatie’ . Dat houdt in dat: – je bij iemand anders een kamer huurt, of – jij kostganger bent, of – iemand bij jou een kamer in huis huurt, of – iemand bij jou kostganger is.

Je moet deze relatie wel kunnen bewijzen met een schriftelijke overeenkomst en bewijzen van overmaking van de huur. Met jouw kind, kleinkind, vader, moeder, broer of zus kun je geen commerciële relatie hebben. Met bijvoorbeeld een neef, nicht, oom of tante kun je wel een commerciële relatie hebben.

Let op:  Een partner is niet hetzelfde als een kostendeler. Een partner is iemand die 18 jaar of ouder is en meer dan de helft van de tijd samen met jou in een woning verblijft, en met wie je de kosten van het huishouden deelt, of als je voor elkaar zorgt. Dit kan een vriend of huisgenoot zijn, of een broer of zus. Maar niet je kind, vader of moeder. Als je met een partner woont, dan stopt de Anw-uitkering.

Meer inkomsten naast de ANW uitkering?

Heb je geen andere inkomsten naast de ANW uitkering? Als dit het geval is, krijg je een volledige nabestaandenuitkering! Ben je in loondienst, maak je winst uit een eigen onderneming of ontvang je andere uitkeringen zoals een WIA of WW? Dan kan de SVB die inkomsten volledig of in gedeeltes aftrekken van de nabestaandenuitkering. Voor de ANW uitkering telt een aantal inkomsten niet mee :

Inkomsten die gedeeltelijk van de ANW worden afgetrokken:

  • Inkomen uit loondienst.
  • Winst uit een eigen bedrijf.

Inkomen uit (vervroegd) pensioen.

De SVB (Sociale Verzekerings Bank) berekent de hoogte van de nabestaandenuitkering Anw als volgt (2016):

  • De eerste € 762,30 van jouw inkomen telt niet mee.
  • Het inkomen boven € 762,30 wordt voor twee derde afgetrokken van de nabestaandenuitkering.
  • In andere gevallen krijg je geen nabestaandenuitkering uit hoofde van de Anw als je meer verdient dan € 2.488,67 per maand.

Voorbeeld: Stel jouw inkomen is € 1.100,- per maand. De eerste € 762,30 zijn vrij gesteld. Van de overige € 337,70 wordt twee derde in mindering gebracht op je Anw uitkering. Dat is derhalve            € 225,13 (de hoogte van deze uitkering is dus weer afhankelijk van een eventuele kostendeler).

Inkomsten die helemaal van de Anw afgetrokken worden:

  • Een werkloosheidsuitkering (WW).
  • Een arbeidsongeschiktheidsuitkering (bijvoorbeeld WAO of WIA).
  • Een ziektewetuitkering (ZW) 
  • Een nabestaandenuitkering uit een ander land dan Nederland.
  • Diverse andere uitkeringen.

Is je uitkering hoger dan € 1.150,91 dan krijgt je geen nabestaandenuitkering uit hoofde van de  Anw.

Op een wezenuitkering hebben andere inkomsten geen invloed. De SVB trekt andere inkomsten hier niet vanaf.

Meer inkomsten naast de ANW uitkering?

Heb je geen andere inkomsten naast de ANW uitkering? Als dit het geval is, krijg je een volledige nabestaandenuitkering! Ben je in loondienst, maak je winst uit een eigen onderneming of ontvang je andere uitkeringen zoals een WIA of WW? Dan kan de SVB die inkomsten volledig of in gedeeltes aftrekken van de nabestaandenuitkering. Voor de ANW uitkering telt een aantal inkomsten niet mee :

  • rente-inkomsten, spaargeld of dividend; 
  • een nabestaandenpensioen dat je krijgt uit een lijfrente van jouw partner;
  • een uitkering uit een particulier – of collectief afgesloten nabestaandenpensioen.

Inkomsten die gedeeltelijk van de ANW worden afgetrokken:

  • Inkomen uit loondienst.
  • Winst uit een eigen bedrijf.

Inkomen uit (vervroegd) pensioen.

De SVB (Sociale Verzekerings Bank) berekent de hoogte van de nabestaandenuitkering Anw als volgt (2016):

  • De eerste € 762,30 van jouw inkomen telt niet mee.
  • Het inkomen boven € 762,30 wordt voor twee derde afgetrokken van de nabestaandenuitkering.
  • In andere gevallen krijg je geen nabestaandenuitkering uit hoofde van de Anw als je meer verdient dan € 2.488,67 per maand.

Voorbeeld: Stel jouw inkomen is € 1.100,- per maand. De eerste € 762,30 zijn vrij gesteld. Van de overige € 337,70 wordt twee derde in mindering gebracht op je Anw uitkering. Dat is derhalve            € 225,13 (de hoogte van deze uitkering is dus weer afhankelijk van een eventuele kostendeler).

Een pensioenboek? Klik hier!

Inkomsten die helemaal van de Anw afgetrokken worden:

  • Een werkloosheidsuitkering (WW).
  • Een arbeidsongeschiktheidsuitkering (bijvoorbeeld WAO of WIA).
  • Een ziektewetuitkering (ZW) 
  • Een nabestaandenuitkering uit een ander land dan Nederland.
  • Diverse andere uitkeringen.

Is je uitkering hoger dan € 1.150,91 dan krijgt je geen nabestaandenuitkering uit hoofde van de  Anw.

Op een wezenuitkering hebben andere inkomsten geen invloed. De SVB trekt andere inkomsten hier niet vanaf.Meer weten over Anw neem contact op

Hoe hoog is mijn anw uitkering