Het werkgeverspensioen

30 augustus 2018

Het werkgeverspensioen

De term pensioen wordt in Nederland op diverse manieren gebruikt om iets aan te duiden. Uiteindelijk heeft het meestal wel dezelfde strekking, maar het kan ook de nodige onduidelijkheid creëren.  Als iemand zegt dat hij met pensioen gaat, dan betekent het meestal dat hij of zij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Het zegt echter niet expliciet dat die persoon ook daadwerkelijk pensioen bij een werkgever heeft opgebouwd, hetgeen ook onder de PensioenWet valt. Wel kan het goed zijn dat die persoon AOW gaat ontvangen en daarbovenop een eigen opgebouwde oudedagsvoorziening, zoals bijvoorbeeld een lijfrente.

Met de term werkgeverspensioen wordt in dit artikel bedoeld het pensioen dat een werknemer alleen kan opbouwen, indien hij of zij werkzaam is bij een werkgever . Deze werkgever kan vervolgens verplicht zijn om een werkgeverspensioen aan te bieden, maar het kan ook zijn dat deze verplichting er niet is en dat de werkgever in kwestie wel graag een pensioenregeling wenst aan te bieden aan het personeel.

Val ik onder een pensioenfonds?

Regelgeving bedrijfstakpensioenfonds

In het eerste geval komt die verplichtstelling voort uit de regelgeving die een Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) opstelt in de zogenaamde verplichtstellingsbeschikking.  In het geval dat er geen verplichting rust op de werkzaamheden van een bepaald bedrijf, dan wordt er meestal een professioneel advies ingewonnen om een regeling op te stellen en in het bedrijf te implementeren. Als laatste variant van het werkgeverspensioen is er nog het Ondernemingspensioenfonds. Dit zijn bijna altijd pensioenfondsen van grote concerns, zoals KPN of KLM. Hieronder zal ik verder ingaan op de eerste twee genoemde vormen. 

Neem contact op voor een second opinion

Het Bedrijfstakpensioenfonds

Van alle werknemers in Nederland valt het overgrote deel onder de werking van de Bedrijfstakpensioenfondsen. Dat is ook niet zo vreemd als je bedenkt dat de ambtenaren het werkgeverspensioen opbouwen bij het ABP, waarbij meer dan 1 miljoen mensen actief hun pensioen opbouwen. Daarnaast kent het ABP ongeveer zo’n zelfde aantal personen die in het verleden pensioen aldaar heeft opgebouwd. Die laatste groep worden dan “inactieven”, “gewezen deelnemers”  of “slapers” genoemd. Het ABP kent een eigen vermogen van 389 miljard euro (maart 2017). 

“Het ABP is daarmee het, op twee na, grootste pensioenfonds ter wereld!”

Andere bekende Bpf’s zijn “Zorg en Welzijn” (gezondheidszorg), “PMT”(Metaal en Techniek) en “PME” (Metaalelektro) . Bij al dit soort pensioenfondsen worden de afspraken over bijvoorbeeld de hoogte van opbouw, indexatie, dekking voor de nabestaanden gemaakt door afgevaardigden van de werknemersbonden en werkgeversbonden, maar ook door mensen die reeds de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Zij bepalen dus het beleid van het pensioenfonds en stellen derhalve ook de verplichtstellingsbeschikking op. In zulk document geeft het Bpf aan welke werkzaamheden onder de werking van zo’n beschikking vallen.  

Pensioenfondsen

Als je dus als werkgever start met het inzetten van personeel, dan is het ten zeerste aan te raden om na te gaan of de werkzaamheden van het personeel wel of niet vallen onder de werking van één van deze verplichtstellingsbeschikkingen. Op dit moment zijn er 89 pensioenfondsen die dus ook een beschikking hebben afgegeven. Als je dus van plan bent om een  werkgeverspensioen aan te bieden is het wijs om deze beschikkingen te raadplegen. In veel gevallen nemen werkgevers dan een professioneel bedrijf in de arm om te onderzoeken of een werkgeverspensioen mogelijk is. PensioenVizier is zo’n bedrijf die voor jou kan uitzoeken of het mogelijk is om een werkgeverspensioen te hanteren.

werkgeverspensioen

Rol pensioenadviseur

Ten eerste zal de adviseur een goede en uitgebreide inventarisatie moeten verrichten om zich goed te vergewissen van de eisen en de wensen van de opdrachtgever. Tevens zal de adviseur duidelijk uitleg moeten geven over de werkwijze en dat het onderzoek naar een eventuele verplichtstelling ook standaard onderdeel uitmaakt van het gehele adviestraject. Zelfs al zou de opdrachtgever en – in een extreem voorbeeld – ook de accountant voor 100% garanderen dat er geen verplichtstelling van toepassing is, dient de adviseur er zichzelf van te overtuigen dat dit inderdaad het geval is, middels eigen onderzoek. Mocht nou uiteindelijk blijken dat het onderzoek uitwijst dat er wel een verplichtstelling rust op de werkzaamheden, dan dient de adviseur dit gelijk te melden bij de betrokken opdrachtgever. Tevens zal de adviseur het advies geven aan de opdrachtgever om contact op te nemen met het betrokken bedrijfstakpensioenfonds. De adviseur gaat derhalve niet “vrijuit” als de opdrachtgever het ter kennisgeving aanneemt, maar toch besluit om een eigen regeling in te zetten. 

“Toch komen we het regelmatig tegen dat hier weinig begrip voor is” 

Als blijkt dat er wel een eigen werkgeverspensioen kan en mag worden aangeboden, dan kan de adviseur verder gaan met het adviestraject. Hierbij speelt vervolgens de financiële positie van het bedrijf een belangrijke rol. Zo kan de werkgever van mening zijn (met alle goede bedoelingen) dat de werknemers een hele goede, maar ook dure regeling moeten krijgen. Als echter uit de financiële stukken (jaarcijfers van de laatste 3 jaar en prognoses komende jaren) blijkt dat de onderneming te maken gaat krijgen met onverantwoorde uitgaven, als gevolg van de gewenste regeling, dan dient de adviseur dit ook als negatief advies te betitelen. Ook dan geldt dat de adviseur zicht terug dient te trekken, mocht de werkgever toch besluiten over te gaan tot de “dure” werkgeverspensioenregeling. In de praktijk valt dit uiteindelijk vaak mee, maar toch komen we het regelmatig tegen dat hier weinig begrip voor is. Een goede communicatie hierover op voorhand voorkomt deze onduidelijkheid. Uiteindelijk zal de adviseur met een aantal alternatieven en offertes komen, waaruit de werkgever er één kan en zal kiezen als het nieuwe werkgeverspensioen. Daarna zal de implementatie en voorlichting aan het personeel volgen.  

Zelf doen …

De werkgever kan uiteraard besluiten om het traject van het realiseren van het werkgeverspensioen helemaal zelf te doen, maar zoals hierboven wel blijkt liggen er een aantal “valkuilen” in de weg waar voorzichtigheid geboden is. De financiële gevolgen kunnen dusdanig desastreus zijn, dat het voortbestaan van de onderneming in gevaar kan komen! 

Als werkgever is het dus van groot belang dat juist gehandeld wordt bij het bekijken van de mogelijkheden om een werkgeverspensioen in te stellen. PensioenVizier helpt graag bij het realiseren van dit werkgeverspensioen. In een eerste gesprek (gratis) willen en kunnen wij u bovenstaande nader toelichten, zodat u comfortabel verder kunt ondernemen. 

Voor meer vragen over het werkgeverspensioen kan je ons bereiken op 088 9000 900 of laat een bericht achter op onze contactpagina, dan nemen wij contact met jou op!