Beleggen in de BV of in privé?

22 mei 2019

Beleggen in de BV of in privé? 

De keuze tussen het opbouwen van een beleggingsportefeuille (of vastgoed) in de eigen BV of in privé (na een dividenduitkering) wordt in principe ingegeven door het verschil in belastingdruk op het rendement. De centrale vraag daarbij is welk alternatief het hoogste netto-rendement oplevert. In dit artikel ga ik jou uitleggen waar je op moet letten als je gaat beleggen in de BV of in privé. Let op beleggen brengt risico’s met zich mee. Deze kun je beperken, lees hier hoe

Beleggen in de BV

A. Fiscale en financiële gevolgen van beleggen in de BV 

In de BV is het volledige rendement met vennootschapsbelasting belast. Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 20 procent over de winst tot € 200.000 en 25 procent over het meerdere. Inkomsten als dividend en rente worden bij de vennootschap direct belast, terwijl vermogensgroei wordt belast op het moment dat de vennootschap de beleggingen verkoopt en de vermogenswinst realiseert. Hiernaast wordt het netto rendement nog eens bij de aandeelhouder in box II belast met 25 procent aanmerkelijkbelangheffing. Dit is zowel het geval bij een dividenduitkering als bij verkoop van de aandelen in de eigen vennootschap. Cumulatief wordt zodoende maximaal 43,75 procent belasting geheven over het rendement (namelijk 25 procent vennootschapsbelasting + 25% x (100% -/- 25%) aanmerkelijkbelangheffing). 

B. Fiscale en financiële gevolgen van beleggen in privé na dividenduitkering

Wil de aandeelhouder in privé kunnen beleggen, dan dient de Eigen BV eerst dividend uit te keren. Uitgaande van een aanmerkelijk belang is een dividenduitkering in box II belast tegen een inkomstenbelastingtarief van 25 procent. Het uitkeren van dividend heeft dan ook als nadeel dat het te beleggen vermogen met een kwart afneemt.  Het rendement op een beleggingsportefeuille is belast met vermogensrendementsheffing in box III.

Dit houdt in dat het belastbaar inkomen uit vermogen forfaitair op 4 procent wordt vastgesteld, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement. Dit forfaitaire rendement wordt belast tegen een tarief van 30 procent, zodat de uiteindelijke belastingdruk 1,2 procent bedraagt.

Deze 1,2 procent wordt geheven over de bezittingen minus de schulden per 1 januari van het betreffende jaar. 

C. Afweging

De afweging (beleggen in de BV of beleggen in privé) kunt u met behulp van de volgende vereenvoudigde formule maken:  Beleggen in de BV = Beleggen in privé  Rendement x (100% -/- 43,75%) = (100% -/- 25%) x (Rendement -/- 1,2%) 

Rendement = circa 4,8 procent  Is het verwachte bruto-rendement hoger dan 4,8 procent, dan heeft in zijn algemeenheid beleggen in privé (na een dividenduitkering) de voorkeur.

Is het te verwachten rendement lager, dan kunt u beter in de vennootschap beleggen. Op basis van cijfers in het verleden (historische rendementen dus) is het alleen zinvol om liquiditeiten in de eigen vennootschap aan te houden. Voor andere beleggingen, zoals aandelen, obligaties en vastgoed, heeft op basis van het verschil in belastingdruk een overheveling naar privé de voorkeur.  In voorgaande formule is aangenomen dat bij een belegging in de eigen vennootschap de vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing per direct is verschuldigd, oftewel de nominale belastingdruk. In de praktijk zal dit niet het geval hoeven te zijn; het is dan correcter om uit te gaan van de contante waarde van de toekomstige belastingdruk.

Of de lagere contante waarde van de belastingclaim opweegt tegen het netto-rendement in privé is natuurlijk afhankelijk van de soort beleggingen en de koers. Ook moet worden meegenomen dat koersverliezen in de BV aftrekbaar (tot de verkrijgingsprijs) zijn en in privé niet. 

Wanneer het te beleggen vermogen uit liquiditeiten bestaat, dan zijn er geen verdere fiscale gevolgen aan een dividenduitkering verbonden. Betreft het echter bestaande beleggingen in de eigen vennootschap, wees dan alert op de volgende zaken: 

  1. Indien een effectenportefeuille een lagere boekwaarde heeft dan de werkelijke waarde, dan realiseert de vennootschap een boekwinst waarover vennootschapsbelasting is verschuldigd;
  2. Bij onroerend goed geldt ook dat vennootschapsbelasting over een boekwinst verschuldigd is. Voorts is bij een overheveling van vastgoed van de BV naar privé overdrachtsbelasting verschuldigd. Bestaat dan ook het voornemen om het onroerend goed binnen enige jaren te verkopen, dan moet een berekening uitwijzen of de lagere belastingdruk in privé wel opweegt tegen de per direct verschuldigde vennootschaps- en overdrachtsbelasting.

Wellicht is het zinvol om de dividenduitkering tot na de verkoop van het onroerend goed uit te stellen.

Pensioenboek? Klik hier!

Weet jij al of je gaat beleggen in de bv of in privé? Weet jij welke manier van beleggen het beste past bij jouw situatie? Wij van PensioenVizier zoeken graag voor je uit of je het beste kan beleggen in de bv of in privé. 

Bekijk hier onze video over beleggen!

Je kunt contact met ons opnemen via 088 9000 900 of klik op de link om naar onze contactpagina te gaan.

Wist je dat het kennismakingsgesprek volledig vrijblijvend en op onze kosten is?

Voor meer informatie kun je altijd contact opnemen